logo

Succesvolle kick off Fieldlab SMASH

DSC 0140 3 klein

Op 19 januari 2016 kwamen ruim 80 deelnemers uit de gehele maritieme sector bijeen voor de officiële kick off van het Fieldlab SMASH, naar SMart Maintenance of SHips. Na de start van Fieldlab CAMPIONE over innovatie in de procesindustrie en Fieldlab CAMINOin de infrasector hebben World Class Maintenance en InnovationQuarteruit Zuid-Holland de handen inéén geslagen om een fieldlab op te zetten dat zich richt op de maritieme sector. Tijdens deze rondetafelbijeenkomst stonden maritieme innovaties op het gebied van condition based monitoring centraal. Onder de aanwezigen bevonden zich gevestigde namen zoals: Alewijnse, Boskalis, Damen Shipyards, Da Vinci College, Ministerie van DefensieFokker Technologies, Fugro, gemeente Papendrecht, Royal IHC, Oliveira, Stolt Tankers, RH Marine, Thales en Van Oord Shipmanagement.

Smart Industry
Tijdens de rondetafelbijeenkomst zijn de partijen in groepen aan de slag gegaan met innovaties die als het ware ‘op de plank liggen’ binnen categorieën zoals voortstuwing, romp, navigatie & communicatie, composieten en radarsystemen. Een fieldlab heeft tot doel dat kansrijke innovaties die nu bij één organisatie ontwikkeld zijn, bij meerdere organisaties getest, doorontwikkeld en ingezet worden om onderhoud voorspelbaar en daarmee optimaliseerbaar te maken. Dit betekent dat niet alleen de ‘asset owners’ meedoen, maar dat ook de toeleveranciers van service, maintenance, dataverwerking en -analyse betrokken worden. Op deze manier zorgen we ervoor dat de maritieme sector optimaal profiteert van de kansen die nieuwe ontwikkelingen op het gebied van condition based monitoring, dataverwerking, data-analyse en ‘smart maintenance’ in het algemeen bieden. Deze gedachte sluit aan bij Smart Industryinitiatieven die op dit moment landelijk worden ontwikkeld.

Fieldlab en Living Labs
Een fieldlab is nadrukkelijk geen researchproject. Het gaat in dit project om het demonstreren van technologie die in het lab en zelfs vaak al in de praktijk werkt. In dit fieldlab gaan we deze innovaties breder testen en inzetten om pilots, proof-of-concepts, te verkrijgen. Hiervoor worden testlocaties gebruikt, ook wel Living Labs genoemd. Tijdens de rondetafelbijeenkomst zijn dan ook verschillende mogelijke Living Labs en pilots aangewezen.

Vervolg
In de komende maanden worden meerdere kleinere rondetafelbijeenkomsten georganiseerd om concrete pilotprojecten vast te stellen.

            logo SMASH st fc             InnovationQuarter            Powering Smart Industry trans

Hieronder vindt u een beeldimpressie van de middag:

     

Scheepsonderhoud voorspellen met data-analyse werkt

Boskalis WB

Kan het verzamelen en analyseren van data een bijdrage leveren aan het voorspelbaar maken van onderhoud aan (bagger)schepen? Dat was de centrale vraag in een pilot binnen het SMASH-project. Vlooteigenaar, scheepsbouwer, motorenleverancier en IT-experts kwamen samen met WCM tot de conclusie dat het kan. “Maar er is nog een hele weg te gaan”, zegt Sander Steenbrink van Boskalis.

De eerste ideeën om met big data aan de slag te gaan als voorspeller voor onderhoud, ontstonden in 2014 bij baggeraar Boskalis. Een jaar later raakte World Class  Maintenance (WCM) betrokken en kreeg de pilot vorm die vervolgens in januari dit jaar van start ging. De drie doelen van de pilot zijn: bewijzen dat je onderhoud kunt voorspellen met behulp van data analyse, kostenbesparingen op het gebied van onderhoud vaststellen en het verkrijgen van financiering om een follow-up onderzoeksproject te bekostigen.

Projectpartners SMASH
SMASH staat voor Smart Maintenance for Ships. De partners in de pilot zijn Boskalis (baggerbedrijf en asset owner), IHC Merwede (scheepswerf), Wärtsilä (scheepsmotorenbouwer) en van IT-zijde: Isatis Business Solutions, MarkLogic en SemioticLabs. Innovation Quarter (IQ) en World Class Maintenance (WCM) zorgen voor ondersteuning en projectmanagement.

Aantal databronnen
Om onderhoud te kunnen voorspellen op basis van afwijkend gedrag werden aan het begin van de pilot twaalf databronnen geselecteerd. Dat leverde allerlei soorten data op. Samenhang vinden in die gegevensberg bleek lastig. Daarom werd het aantal bronnen teruggebracht naar drie: sensordata, informatie over de status van het schip en informatie uit de onderhoudsdatabase. Op basis hiervan werd een model ontwikkeld voor data-analyse.

Het model
Centraal in het model staat een database die gevoed wordt met data van het schip en van het onderhoudsmanagementsysteem. Data wordt ‘as is’ opgeslagen. Dat betekent dat de gegevens nog in de meest basale vorm zijn en dat er niets verloren is gegaan. Dankzij intelligente software is het mogelijk om de data in zeer korte tijd (‘minuten in plaats van weken’) te verwerken en te analyseren. Hierdoor wordt het mogelijk om een real time alert naar een monteur te laten uitgaan, kunnen
analisten ad-hoc onderzoek doen en/of kan er terugkoppeling plaatsvinden naar het schip, engineering-afdeling of leveranciers.

Pilot
In de pilot is slechts gewerkt met data van een scheepscomponent; een onderwaterpomp. Voldoende om aan te tonen dat de methode werkt, maar in een volgende fase zal er voor elke component aan boord een model moeten komen. Het is belangrijk om een totaalbeeld te krijgen over de hele keten. Dus – in het geval van de pomp - niet alleen de pomp, maar ook de tandwielkast en de aandrijving.

Verandering in gedrag
Het model zoekt in de data naar verandering in het gedrag van een machineonderdeel. De kwaliteit van de sensoren is hiervoor cruciaal. Uit de test blijkt dat het mogelijk is om onder meer op basis van veranderingen in het toerental van de pomp onderhoud te voorspellen. Maar je kunt het ook omdraaien, zegt één van de projectdeelnemers tijdens de presentatie van de onderzoeksresultaten eind mei. “Als je kunt voorspellen dat onderhoud nog niet nodig is... Dat is pas interessant.”

Businesswaarde
De resultaten uit de pilot laten zien dat de potentie er is. De volgende stap moet zijn om er dieper op in te gaan: itereren, met experts in gesprek gaan, feedback vragen, nieuwe ideeën opdoen. Daarnaast is het noodzakelijk om te kijken naar de businesswaarde en om het concept vertalen naar geld: wat is de besparing?

Nog een hele weg te gaan
Er zijn diverse stappen te zetten. In januari zijn acht onderzoekslijnen vastgesteld met onder meer navigatie en propulsion. De volgende stap in de ontwikkeling moet zijn; wat is de samenhang? Steenbrink: “We hebben nu gekeken naar een aspect van een schip, er zijn nog veel meer sporen. Hoe denken andere asset owners erover? Wat is hierin de waarde van een Fieldlab? Ook energieverbruik past in dit verhaal. Wat is de omvang in behoefte en geld? Het proof of principle is aangetoond, maar voordat we er iets aan hebben, moet je er met verschillende schepen ‘doorheen’.”

Meer data verzamelen
Steenbrink: “We kunnen nu stappen zetten op weg naar een Fieldlab, waarin we met andere partijen dingen kunnen doen. Maar concreet: meer data verzamelen. Daar begin ik vanmiddag nog mee. De motorgegevens worden bijvoorbeeld wel gemeten, maar niet gelogd. Dat gaan we nu doen. En dan analisten en businessmensen bij elkaar zetten. Zo moeten we dat voor alle onderdelen doen. Na tien jaar heb je dan het hele schip.”

Kwartiermaker
Edward Gilding (IQ) geeft aan dat er veel interesse is voor predictive maintenance vanuit ‘het veld’. Gilding: “Een Fieldlab kan de gemeenschappelijke noemer zijn om dit samen door te ontwikkelen. SMASH loopt voorop en nu kunnen we een aantal sessies doen bij asset owners en hun vragen inventariseren. Er is een kwartiermaker aangesteld die projecten kan opstarten en een rol kan spelen bij het verkrijgen van financiering.”

Hoe onderhoud beter doen?
Dingeman van Woerden van IHC Merwede: “De methodiek is er. Dat is prima. De vraag is nu: hoe gaan we het onderhoud beter doen? Wat willen we gaan zien? Die vragen moeten we formuleren. Kan dat binnen dit contract?” Steenbrink: “Deze pilot kunnen we volgens mij afmaken binnen de huidige organisatie en non disclosure agreement. Wel moeten wel kijken naar de financiële kant. Het door ontwikkelen richting een Fieldlab moet in samenwerking met de rest van de sector.”

Koploperpositie
Paul van Kempen, projectmanager namens WCM: “Bij het begin van de pilot was het fenomeen big data redelijk onbekend. Nu zien we dat het resultaten oplevert, dat de samenwerking goed verloopt én dat het een koploperpositie oplevert. Zo zie je dat je door het combineren van kennis van uiteenlopende partijen tot heel interessante inzichten en oplossingen kunt komen.”

Ook Van Kempen wil de pilot namens WCM graag een vervolg geven. Boskalis, IHC en Wärtsilä nemen nu het voortouw om de scope van de vervolgfase vast te stellen. Ze krijgen hierbij hulp van de kwartiermaker, IQ en WCM.

 

 

 

Project innovatie in de maritieme sector: Fieldlab SMASH

offshore gass platform 4

Smart Maintenance staat op dit moment volop in de belangstelling, ook in de maritieme industrie. Dit ‘slim onderhoud’ maakt intensief gebruik van nieuwe en opkomende ICT-technologieën zoals krachtigere en goedkopere sensoren in het Internet of Things (IoT), opslagmethoden voor Big Data, en life cycle costing technieken en is volledig in lijn met de nationale Smart Industry agenda. Het toepassen van Smart Maintenance vertelt bijvoorbeeld exact wanneer de wanden van een schip te dun worden. Of helpt bij het maken van een snelle keuze en betere oplossing bij de aanschaf van reserve-onderdelen. Door voorspelbaar onderhoud ligt een aanzienlijke kostenreductie binnen handbereik.

Dit Fieldlab SMASH helpt bedrijven (asset-owners, werven, toeleveranciers) om real-time informatie te verzamelen en te analyseren over de staat van hun schip (inclusief onderdelen) om zo onderhoud op tijd te kunnen uitvoeren, in plaats van te vroeg zoals bij planmatig onderhoud of te laat zoals bij correctief onderhoud. Door 100% voorspelbaar onderhoud zullen de onderhoudskosten in de scheepvaart fors worden verlaagd en zal de inzet verhoogd kunnen worden.

Initiatiefnemers Boskalis, Wärtsilä, Royal IHC, InnovationQuarter, NLDA/KIM, MCN, NMT, Stolt Tankers B.V., TNO en World Class Maintenance hebben samen met Smart Industry dit fieldlab opgestart voor de maritieme industrie.

Kenmerken van fieldlabs, dus ook voor dit Fieldlab SMASH zijn:

  • Stimuleren gebruik digitale en nieuwe ICT technieken.
  • Doel is ‘Just in time’ condition based onderhoud tov preventief of te laat onderhoud.
  • Het is een fieldlab, geen R&D project, > demonstreren van technologie die in het lab al werkt.
  • Goed geteste projecten gaan door naar een echte omgeving: Living Lab (bij een projectpartner).
  • 20-30 organisaties werken samen in een open innovatieprogramma, onder penvoerderschap van een onafhankelijke partij.
  • De tijdshorizon van fieldlabs zijn gemiddeld tussen de drie en vijf jaar.

 

                   InnovationQuarter            logo WCM groen grijs wit

 

 

Living Lab Wagenborg: conditie monitoren van een hele voortstuwingsinstallatie

Kroonborg

Het schip de Kroonborg van rederij Wagenborg fungeert als living lab binnen het Smash-project. De Groningse rederij verzamelt samen met enkele partners data van de voortstuwingsinstallatie. Analyse van de data moet straks inzicht geven in faalmoment en faaloorzaak.

Onderhoud aan de Kroonborg gebeurt nu op basis van het aantal draaiuren en is dus vooral preventief. Technical manager Maarten ten Wolde wil het onderhoud voorspelbaar maken. “Dat scheelt in het werk, omdat je geen onnodige dingen meer doet. Je kunt onderhoud uitstellen of vervroegen , waardoor je kosten afnemen. En je betrouwbaarheid wordt beter.”

De Kroonborg bevoorraadt dagelijks offshore platforms met mensen en materieel. Het is een ‘dieselelektrisch’ aangedreven schip. Het heeft geen schroefas en een elektromotor drijft de schroef aan. De aandrijftrein bestaat uit een dieselmotor/generator, een schakelbord, omvormers (de frequency drive) een aandrijfelektromotor en de schroeven.

Waarom participeert Wagenborg in Smash?
“Er zijn al leveranciers die voorspelbaar onderhoud faciliteren, maar dat is vooral voor hun eigen equipement. Wij willen juist een integraal beeld van de hele voortstuwingstrein. Dat lukt niet met individuele leveranciers, die zijn onvoldoende gericht op wat de klant wil. Maar het heeft ons wel getriggerd om met het onderwerp aan de slag te gaan. Er is ook wel een trend om data te verzamelen en om dat te doen voor meerdere werktuigen, ook vanuit de leveranciers. Maar voor een goede analyse moet je dan uniforme regels opstellen en dat kunnen ze niet. Dat doen we nu binnen Smash in ons living lab. Uiteindelijk geeft dit ons een voorsprong en een betere positie.”

Wat is de status van het Living Lab?
“We zijn nu nog bezig met het inbouwen van de sensoren. Partner Semiotic Labs moet de stromen van de elektromotoren meten, alleen die stromen zijn heel hoog. Er is dus een ander type sensor nodig. Eind juni begint het verzamelen van de data en daaruit volgt de eerste vorm van een algoritme. Wat is de relatie tot elkaar, de invloed op elkaar en kunnen we een redelijke voorspelling doen?”

Wat zijn de verwachtingen?
“Het verzamelen van de data is één. Daarna moet je die analyseren en dat doe je het beste als er iets kapot gaat, maar dát wil je natuurlijk niet. We verwachten wel een algoritme, waarmee je wat kunt zeggen over het faalmoment en de oorzaak. Uiteindelijk willen we naar een systeem dat op alle motoren draait en storingen voorspelt. Ik verwacht ook wel dat het lukt, voor 95 procent zeker.”

Het verzamelen van de data gebeurt door twee bedrijven; Semiotic Labs en Bachmann. Waarom twee leveranciers inschakelen?
“Semiotic monitort het hele systeem door de hoog frequente stromen in de elektromotor te meten. Bachmann meet ook temperatuur, druk, trillingen, vocht, stuurstromen en olie. Heel breed dus. Het zijn ook wel concurrenten van elkaar. We gaan dus niet op één visie af.”

Waarom is dit een goed moment om dit te doen?
“Dit is het meest geschikte schip, het is redelijk nieuw en de opstartproblemen zijn er uit. Ik ben zelf getriggerd op dit onderwerp naar aanleiding van het bezoeken van diverse seminars. We wilden een stap maken hierin en WCM kwam precies op het goede moment langs met SMASH, dus dat sloot perfect aan.”

Was het nodig om intern mensen te overtuigen om deze pilot te kunnen doen?
“Ja, zoiets kost altijd geld, ondanks dat iedere partij een bijdrage levert. Je moet de bazen overtuigen, dus moet je aantonen dat het onderhoud anders wordt en de betrouwbaarheid beter. Natuurlijk, het algoritme moet worden ontwikkeld dus dat is in zekere zin een onzekere factor. Je neemt dus een risico, maar volgens mij is dat een klein risico. Gelukkig is er een subsidie hiervoor en dat drukt de kosten. Het geeft ook aan dat het project interessant genoeg is.”

Wat is het uiteindelijke doel?
“De potentiële bezuiniging is groot. De ‘dagprijs’ van een schip als dit is enkele tienduizenden euro’s. Als je dan een of twee dagen stilstand kunt voorkomen, heb je de kosten al terugverdiend. Als het concept werkt, willen we het ook toepassen op andere motoren. Stap twee is om ook de rest van de offshore-vloot er mee uit te rusten. Dat zijn 24 schepen. Daarna kunnen de schepen van de shipping-vloot volgen en dat zijn bij elkaar bijna tweehonderd schepen.”

“De toeleveranciers binnen SMASH zijn gemotiveerd om een goed resultaat neer te zetten. Samen willen we er iets uit halen waar we ook daadwerkelijk wat aan hebben. De toeleverancier verbetert zijn product hiermee.”

 

Living Lab Koninklijke Marine: technologieën implementeren in nieuwbouw

landing platform docks

De Koninklijke Marine is een van de deelnemende asset owners in Fieldlab SMASH. De reden om te participeren is dat de marine samen met marktpartijen zoekt naar innovatieve oplossingen op onderhoudsgebied, zegt kapitein luitenant ter zee Bart van den Broek.

Onderhoud aan de marineschepen gebeurt nu volgens een vast patroon. En als er tijdens een missie iets gerepareerd moet worden, dan gebeurt dat door de technici op zee, of in een haven. Waarbij het de vraag is of de benodigde onderdelen aan boord zijn, of moeten worden ingevlogen. “Als wij vooraf verwachten dat materieel gaat falen tijdens de operationele inzet, kunnen wij vooraf maatregelen nemen en het onderdeel preventief vervangen. Wat we willen is namelijk dat een schip op missie zichzelf bedruipt.”

De marine bracht twee onderwerpen in. Van den Broek: “Er zijn twee grote kostenposten op het gebied van instandhouding. Conservering – zeg maar het schilderwerk – en de ventilatiesystemen. Hiervoor zoeken we binnen SMASH innovatieve technieken die ons helpen om het onderhoud te voorspellen.”

Valideren
De marine stelt een schip ‘ter beschikking’ om nieuwe technologieën te valideren. Dat gebeurt altijd in combinatie met de bestaande manier van werken. “Is het inderdaad iets nieuws, voegt het iets toe, of kan het zelfs in de plaats van wat we nu hebben?”

Focus
Met Smash-deelnemer Semiotic Labs is eerst het ventilatiesysteem opgepakt. “Binnen het ventilatiesysteem zijn er eigenlijk twee zaken van belang. Ten eerste de ventilatiekanalen. En ten tweede de aangedreven componenten: de elektromotoren en de ventilatoren. We hebben er voor gekozen om te focussen op de conditiebewaking van de elektromotoren.”

Faalmoment
Semiotic Labs ontwikkelde algoritmes die de stromen van elektromotoren meten en vervolgens iets zeggen over het te verwachten faalmoment en de oorzaak van het falen. “En niet alleen van de elektromotor, maar ook van de keten erachter. ”De data die het systeem verzamelt is ‘real time data’, en wordt lokaal opgeslagen op een stand alone server en daarna in een gecontroleerde omgeving geanalyseerd .

Normale karakteristiek
Van den Broek verwacht de contractfase die nu loopt binnen enkele weken af te ronden en nog voor de zomer moeten de sensoren op de elektromotoren zitten. “En dan gaan we een jaar lang met het systeem aan de slag. Want eigenlijk zoeken we naar het falen van het systeem, maar daarvoor gaan we eerst de normale karakteristiek opnemen. Pas als we dat weten, kunnen we achterhalen wanneer iets faalt. Gelukkig functioneren de systemen best goed”, legt Van den Broek uit. “Daarom moeten we over een langere periode meerdere motoren meten.”

Uitbreiden
Als het concept werkt, wil Van den Broek de systematiek uitbreiden naar de rest van de vloot. De marine is enkele mogelijke grote vervangingen aan het voorbereiden. “Ik hoop dat we op basis van de testen binnen Smash deze technologie kunnen meenemen in het ontwerp van de nieuwe schepen. Dat is eigenlijk het tweede doel van onze deelname. Downtime beperken is een, dit soort systemen inbouwen bij nieuwbouw is twee.”

Samenwerking
De marine zoekt actief naar samenwerking met het bedrijfsleven en SMASH is daarvoor een prima vehikel, vindt Van den Broek. “We willen graag met meerdere partijen in zee. Het is ook een platform waar we vragen kunnen stellen.”

“Als we niet waren ingestapt, waren we waarschijnlijk nog niet zo ver geweest. Het is dus zeker belangrijk dat de Maritieme Campus en WCM de asset owners, universiteiten en de industrie samenbrengen.” De kapitein luitenant ter zee zit nog wel met een vraag: “Als we straks samen een nieuwe techniek hebben ontwikkeld, van en voor wie is die dan? WCM heeft de ambitie om die breder inzetbaar te maken, voor de BV Nederland, en dat begrijp ik ook wel. Deze techniek is ook voor de koopvaardij en andere asset owners van belang. Dit zal daarom in het samenwerkingsverband nader moeten worden vastgesteld.”

bron foto: ministerie van Defensie

 

 

Interview Roel Groenewold, projectleider Fieldlab SMASH: Samen de speld in de hooiberg definiëren en vervolgens vinden

Fieldlab SMASH klein

Fieldlab SMASH (SMArt Maintenance of Ships) richt zich op het voorspelbaar maken van onderhoud aan schepen. Scheepsonderhoud gebeurt nu vooral preventief, of correctief. Als het onderhoud plaatsvindt net voor het faalmoment, dan verhoogt dat de inzetbaarheid van het schip terwijl de kosten verminderen.

In het fieldlab werken reders, toeleveranciers en data- en IT-specialisten samen. Het gaat om bedrijven die sensoren installeren, data verzamelen, algoritmen ontwikkelen, data transporteren en uitlezen en data analyseren. De domeinkennis van de reder en zijn toeleveranciers is noodzakelijk. “Die kruisbestuiving is belangrijk”, zegt Roel Groenewold die namens WCM het fieldlab begeleidt. “Want, kennis is het enige dat groeit als je het deelt.”

Roel Groenewold kleinFieldlab als katalysator
Groenewold ziet nog een reden waarom Fieldlab SMASH belangrijk is. “Bedrijven zijn te veel bezig met het veilig stellen van hun omzet en marge. Het onderwerp is booming maar de kennis om het op te zetten en toe te passen ontbreekt vaak.” Een fieldlab met daarin de praktische testomgevingen van de living labs is derhalve de katalysator om het onderwerp een stap verder te brengen, vindt de projectmanager. “Er is zo veel data, dat is voor de medewerkers van een rederij vaak niet te behappen. Je moet daarom samen eerst de speld in de hooiberg definiëren, voordat je hem kunt vinden. Als je die speld vervolgens vindt, heb je zoals gezegd wel de domeinkennis van de specialist nodig om die data te valideren.

Pilot
De eerste stappen op weg naar SMASH werden in 2015 gezet met een pilotproject rondom het voorspelbaar maken van het onderhoud aan een onderwaterpomp van een baggerschip. In de pilot werden data verzameld en geanalyseerd. Het model zoekt in de data naar verandering in het gedrag van een machineonderdeel. Uit de test in de pilot bleek dat het mogelijk is om onder meer op basis van veranderingen in het toerental van de pomp onderhoud te voorspellen.

Vraagstukken ophalen
Voortbordurend op de positieve pilotresultaten ging Groeneweld namens WCM in gesprek met diverse rederijen om ‘specifieke vraagstukken op te halen en daar living labs van te bouwen’ licht Groenewold toe. De respons van de scheepseigenaren was positief. “De tijd is rijp hiervoor. Nieuwe asset owners met vragen zijn overigens welkom. De olievlek moet groter. Meedoen levert een voorsprong op.”

Kernactiviteit
“Je moet telkens goed kijken naar wat de kernactiviteit is en vervolgens welk onderdeel van het schip daarvoor cruciaal is. Wat is de grootste zorg en wat heeft de grootste impact op de bedrijvigheid indien het defect gaat? Neem Wagenborg dat mensen en materieel overzet naar offshore platforms. Tijdigheid en betrouwbaarheid zijn dan van belang. Daarvoor is de voortstuwing cruciaal en dat is wat we gaan monitoren. We focussen op dat stuk dat de grootste negatieve impact kan hebben.”

Kruisbestuiving
Er zijn inmiddels een aantal Living Labs actief: bij sleepdienst operator Kotug, bij de offshore-tak van Wagenborg, bij Vroon Offshore Services, bij de Koninklijke Marine en bij Boskalis. “Uiteindelijk moet er ook kruisbestuiving tussen de living labs plaatsvinden. Soms gebeurt dat nu al, bijvoorbeeld tussen de Koninklijke Marine en Vroon die geïnteresseerd zijn in elkaars methoden voor conservering.” De living labs zijn er ook om de gezamenlijke kennis te vergroten en om in het fieldlab samen te bepalen wat de agenda is en wat de volgorde moet zijn voor het voorspelbaar maken van het onderhoud. Groeneweld schat dat binnen vijf tot tien jaar het meeste maritieme onderhoud voorspelbaar is.

“Of het voorspelbaar maken van onderhoud in het buitenland ook actueel is? Ja, het onderwerp speelt wereldwijd. Mijn indruk is wel dat er overal veel over wordt gepraat, maar dat er weinig echte toepassingen zijn. Ik ben in 1982 afgestudeerd in condition based maintenance, maar in de praktijk zie ik weinig toepassingen. Met de successen van de pilots die nu plaatsvinden in de living labs verkrijgen we ook meer draagvlak bij de maritieme bedrijven, zodat we weer een stap voorwaarts kunnen maken.”

 

Impuls voor Fieldlab SMASH

Schip Willem van Oranje SMASH 2

Met bijdragen van Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en Drechtsteden aan Fieldlab Smart Maintenance of Ships (SMASH) kan een kwartiermaker de komende periode aan de slag om de interesse van marktpartijen om te zetten naar concrete acties in het fieldlab.

Optimaal profiteren
Het Fieldlab SMASH heeft tot doel kansrijke innovaties die nu bij één organisatie ontwikkeld zijn, te testen, te ontwikkelen en in te zetten bij meerdere organisaties om onderhoud aan schepen voorspelbaar en daarmee optimaliseerbaar te maken. Dit betekent dat niet alleen de ‘asset owners’ meedoen, maar dat ook de toeleveranciers van service, maintenance, dataverwerking en -analyse worden betrokken. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de maritieme sector optimaal profiteert van de kansen die nieuwe ontwikkelingen op het gebied van condition based monitoring, dataverwerking, data-analyse en ‘smart maintenance’ in het algemeen bieden.

Verdere ontwikkeling
De MRDH draagt mede bij aan dit Fieldlab SMASH voor een bedrag van € 80.000,-. Doordat ook de Drechtsteden heeft aangegeven het initiatief te ondersteunen en hiervoor de intentie heeft uitgesproken € 40.000,- beschikbaar te stellen wordt de verdere ontwikkeling van dit fieldlab mogelijk. De activiteiten en projecten die in dit fieldlab, gefinancierd door de deelnemende bedrijven, worden uitgevoerd zorgen voor aantrekkingskracht op andere bedrijven en hebben een positieve invloed op de werkgelegenheid. Door de ontwikkeling van testfaciliteiten als dit te stimuleren, versterkt de Metropoolregio het economisch vestigingsklimaat.

Smart Maintenance
Smart Maintenance staat op dit moment volop in de belangstelling, ook in de maritieme industrie. Dit ‘slim onderhoud’ maakt intensief gebruik van nieuwe en opkomende ICT-technologieën zoals krachtigere en goedkopere sensoren in het Internet of Things (IoT), opslagmethoden voor Big Data, en life cycle costing technieken en is volledig in lijn met de nationale Smart Industry agenda. Het toepassen van Smart Maintenance vertelt bijvoorbeeld exact wanneer de wanden van een schip te dun worden. Of helpt bij het maken van een snelle keuze en betere oplossing bij de aanschaf van reserve-onderdelen. Door voorspelbaar onderhoud ligt een aanzienlijke kostenreductie binnen handbereik.

Fieldlab
Het Fieldlab SMASH helpt bedrijven (asset-owners, werven, toeleveranciers) om real-time informatie te verzamelen en te analyseren over de staat van hun schip (inclusief onderdelen) om zo onderhoud op tijd te kunnen uitvoeren, in plaats van te vroeg zoals bij planmatig onderhoud of te laat zoals bij correctief onderhoud. Door 100% voorspelbaar onderhoud zullen de onderhoudskosten in de scheepvaart fors worden verlaagd en zal de inzet verhoogd kunnen worden.

Initiatiefnemers
Initiatiefnemers Boskalis, Wärtsilä, Royal IHC, InnovationQuarter, NLDA/KIM, MCN, NMT, Stolt Tankers B.V., TNO en World Class Maintenance hebben samen met Smart Industry dit fieldlab opgestart voor de maritieme industrie.

Bron: InnovationQuarter

 

Fieldlab SMASH fc

 

 

Impuls Fieldlab SMASH tijdens Smart Maritime Maintenance

Smart Maritime Maintenance cheque

InnovationQuarter plaatste na afloop van het Smart Maritime Maintenance het volgende bericht:

Op donderdag 22 september vond het jaarlijkse Maritime Maintenance Conference plaats. Deze conferentie stond in het teken van Smart Maintenance en het Fieldlab SMASH (Smart Maintenance of Ships) en werd dit jaar voor de vierde keer gehouden. Voornaamste doel van het congres was het leren van ervaringen uit de markt, kennisdeling op het gebied van Smart Maintenance en het leggen van contacten met andere spelers in het veld.

SMASH ‘no brainer’ als fieldlab
Smart Maintenance staat volop in de belangstelling, ook in de maritieme industrie. Dit ‘slim onderhoud’ maakt intensief gebruik van nieuwe en opkomende ICT-technologieën. De ontwikkelingen zijn volledig in lijn met de nationale Smart Industry agenda.

Het Fieldlab SMASH helpt bedrijven om real-time informatie te verzamelen en te analyseren over de staat van hun schip om zo onderhoud op tijd te kunnen uitvoeren en downtime te voorkomen. Uiteindelijk wordt samen gestreefd naar 100% voorspelbaar onderhoud. De initiatiefnemers hebben samen met Smart Industry dit fieldlab opgestart voor de maritieme industrie en wisselen onderling kennis en ervaringen uit die in het proces opgedaan worden. Tijdens de bijeenkomst werd zelfs gehint dat een officiële Smart Industry fieldlabstatus aanstaande is, want: “SMASH is een no brainer als het gaat om goedkeuring als smart industry fieldlab” aldus Egbert-Jan Sol, programma directeur Smart Industry.

Regionale bijdrage MRDH & Drechtsteden aan doorontwikkeling
Om de ontwikkeling verder te stimuleren hebben Anouk van Eekelen, wethouder Papendrecht / Drechtsteden en Marco Oosterwijk, wethouder van Krimpen aan den IJssel tijdens de bijeenkomst formeel een cheque overhandigd aan vertegenwoordigers van SMASH. Hiermee zeggen zij namens de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en Drechtsteden een bijdrage toe aan de verdere ontwikkeling van Fieldlab SMASH. Deze wordt ingezet om het fieldlab een extra zetje in de rug te geven en gemakkelijker private investeringen aan het project te kunnen binden die de ontwikkeling versterken.

Tijdens de werksessies in de middag gingen de aanwezigen dieper in op de gevolgen en organisatie van Smart Maintenance, want: “Aan alleen het verzamelen van data heb je niets als je de analysekant niet regelt”, aldus Arjen Schaper, Koninklijke Marine. Deze analysekant was sterk vertegenwoordigd waardoor op de conferentie een nuttige uitwisseling plaatsvond van kennis tussen maritieme en ICT-bedrijven waarbij mogelijkheden voor toekomstige samenwerking binnen SMASH werden verkend en praktische haalbaarheden werden besproken.

Bron: InnovationQuarter

 

 

Gegevensanalyse moet leiden tot voorspelbaar onderhoud

PML

Hieronder een verslag van de PML (Profion Maintenance Linqs) van 7 juni 2016 over de stand van zaken in WCM Fieldlabs. Bron: iMaintain juni 2016. De volgende PML staat gepland op 17 november.

Bedrijven werken steeds vaker samen aan het ontwikkelen van smart industry oplossingen voor onderhoud. In zogenaamde fieldlabs digitaliseren ze processen en genereren ze data om slimmer onderhoud mogelijk te maken. Dat is nodig, want onderhoud gebeurt vaak nog niet erg slim, zo klonk het tijdens een bijeenkomst van Profion Maintenance Linqs in Tilburg. Deelnemers werden meegenomen op een tour d’horizon van Nederlandse fieldlabs en hoorden het verhaal achter Campione, Smash en Camino. ‘Vaak gaat het om oplossingen die allang mogelijk zijn, maar we doen het niet.’ 

De opkomst van fieldlabs is geen overbodige luxe, stelt Henk Akkermans, directeur van World Class Maintenance. ‘Slechts vijf à tien procent van het onderhoud dat in de industrie wordt uitgevoerd, gebeurt op basis van data, terwijl veel gegevens gewoon beschikbaar zijn, bijvoorbeeld over temperatuur en energieverbruik. In de meeste gevallen wordt onderhoud te vroeg gepleegd of te laat. Dat is vreemd voor een sector waarin jaarlijks tussen de twintig en dertig miljard euro wordt omgezet. Fieldlabs, centra voor open innovatie waarin tussen de 25 en 40 partijen samenwerken, zoeken naar manieren om dat slimmer te doen en een duur en ingewikkeld project haalbaar te maken voor meerdere partijen.’
Kort door de bocht komt het steeds vooral neer op het genereren van een grote hoeveelheid data, die vervolgens door experts wordt geïnterpreteerd. Zij zoeken correlaties die uiteindelijk honderd procent voorspelbaar condition-based onderhoud mogelijk moeten maken.

Laag risico
Van de fieldlabs die aan de orde komen, staat Campione het verst in zijn ontwikkeling. Het project, dat werd gestart in het najaar van 2015 met de oprichting van een eerste living lab – een locatie waar een bepaalde techniek die in een labomgeving getest is, in een reële situatie wordt getest – richt zich op innovatie in de procesindustrie. Onlangs werd op de Chemelot site in Geleen een nieuw living lab geopend: het Sitech Asset Health Center (SAHC), waar 38 mensen werken aan de monitoring van de fabrieksinstallaties van 23 plants en plantdelen op de site. Het centrum kan in totaal tweehonderdduizend assets monitoren. Het project heeft een looptijd van vijf jaar en draait op een investering van 2,5 miljoen euro, waarvan 0,9 miljoen subsidiegeld. Doordat er achttien partners aan het project zijn verbonden en de pilot klein wordt gehouden, is het investeringsrisico vrij laag. Tegelijkertijd kan de techniek gemakkelijk worden opgeschaald
doordat er veel soortgelijke apparatuur wordt gebruikt.

Connecting the dots
Het grote doel van het SAHC is voorspelbaar onderhoud met ‘zero surprises’. Dat gebeurt door assets constant te monitoren. Op basis van de data proberen experts vervolgens een verband te leggen tussen bepaalde datawaardes en faalgedrag. Om de data binnen te halen, wordt er vooral gebruik gemaakt van sensoren. Maurice Jilderda, projectleider Predictive Analytics, noemt het voorbeeld van een fabriek waar 330 sensoren zijn geplaatst op allerlei assets. ‘Die sensoren geven een alarm bij afwijkende waarden. Op een gegeven moment was er sprake van afwijkende waarden bij de ventilatoren. De afdeling engineering kreeg de melding binnen, zag dat het om fouling ging, schakelde de controlekamer in en de ventilatoren werden direct schoongemaakt. Zo kun je adequaat handelen.’ Jilderda denkt overigens niet dat het echt innovatief is wat er in zijn centrum gebeurt. ‘Er is eerder sprake van ‘connecting the dots’. In feite doen we niets anders dan monitoren. Veel technieken waren al mogelijk, maar wij combineren alles op één plek.’

Baggerschip
Ook de maritieme industrie investeert in smart maintenance. Zo meten verschillende bedrijven binnen fieldlab Smash (Smart Maintenance of Ships pilot project) de conditie van schepen met behulp van sensoriek en gegevensanalyse. Sander Steenbrink is als general manager Corporate Research and Development bij Boskalis, één van de initiatiefnemers, betrokken bij het project. ‘Schepen zijn in feite drijvende fabrieken, die gevoelig zijn voor onderhoud. Bij Boskalis begonnen we ongeveer een jaar geleden na te denken over hoe we slimmer onderhoud aan onze schepen zouden kunnen doen. We verzamelen binnen Smash nu vooral heel veel data. De vraag is wat je daar vervolgens mee kunt. Kun je die data bijvoorbeeld zonder veel kennis van zaken in een grote bak stoppen, waarna een logaritme je iets vertelt over de toestand van het schip?’

Ze begonnen klein, met het monitoren van één onderdeel. Er werden procesgegevens
van de baggerpomp van een baggerschip verzameld, waarna werd geanalyseerd hoe de data voor en na onderhoud van elkaar verschilden. Die gegevens moesten vervolgens in kaart worden gebracht. Steenbrink: ‘In feite zit je op dat moment met een classificatieprobleem. Je moet dan met zoekmachineachtige logaritmes door al die data heen om er lijn in aan te brengen. We hebben tachtig procent van de data gebruikt om een voorspellend model te trainen, waarbij we keken naar hoe vaak het model de situatie juist inschatte en hoe vaak onjuist. De overige twintig procent van de data gebruikten we voor evaluatie.’

Duiden
Steenbrink denkt dat het nog wel even  uurt voor de techniek zover is ontwikkeld dat men precies kan voorspellen wanneer onderhoud nodig is. De zoektocht is ook nog maar net begonnen. ‘Nu is er alleen gefocust op de waterpompen, maar dat is slechts een fractie van wat er kan worden gemeten. In ieder geval is dit een goede ontwikkeling, want tot nu toe moesten we ook correctief onderhoud plegen, wat soms heel ongelegen komt. Het is goed dat in het fieldlab verschillende partijen kunnen werken aan verbetering. Dat is ook nodig, want als scheepseigenaar kun je dit niet alleen. Voor het duiden van de meetgegevens moeten we samenwerken.’

Weg
Het derde en laatste fieldlab dat de revue passeert, is Camino, ‘weg’ in het Spaans. Het project werd eind 2015 afgetrapt met meer dan vijftig deelnemers uit de infrasector. Het lab richt zich op voorspelbaar onderhoud voor infrastructurele werken, waarbij net als bij de andere fieldlabs gebruik wordt gemaakt van sensoren, data-voorspellingsmodellen, big data en internet of things. In het werkveld valt nog een boel te winnen. Akkermans: ‘In de infrastructuur wordt niet veel gemeten, uitzonderingen daargelaten. We zouden veel meer informatie kunnen verzamelen over wegen, spoorwegen, telecom- en elektriciteitsinfrastructuur en riolering’. Tot nog toe richtte het fieldlab zich in haar samenwerking op de vierhonderd kilometer aan persleidingen van Waterschap Vechtstromen, de 875 kilometer riolering van de gemeente Enschede, het asfalt van de zes landingsbanen en 131 vliegtuigopstelplaatsen van Schiphol, de 140.000 kilometer aan laagspanning elektriciteitskabels van Enexis en Liander en de 2.800 kilometer spoor die Strukton Rail in Nederland onderhoudt.

Pigging
Vaak is een slimme oplossing dichtbij. Akkermans noemt als voorbeeld het potentieel bij de waterschappen. Gemiddeld hebben deze bedrijven voor zo’n half miljard aan infrastructuur onder en boven de grond liggen. Vaak is het materiaal, dat meestal stamt uit de jaren zeventig, verouderd. Akkermans: ‘Een gemiddeld waterschap heeft vierhonderd kilometer aan drukleidingen. Per jaar gaan er een à twee kapot, maar vaak is onduidelijk waar ze precies liggen. En de grap is: de waterschappen hebben alles in huis om daar op een simpele manier achter te komen, maar ze doen er niets mee. Ze hebben een pigging-installatie waarmee een bal door de leidingen kan worden gestuurd, maar er nog niet over gedacht om daar een sensor op te bevestigen zodat de locatie van de leiding in kaart kan worden gebracht en de wanddikte kan worden gemeten. Er liggen heel veel kansen, soms veel dichterbij dan je denkt.’

Bron: iMaintain juni 2016

 

Fieldlab SMASH: uitwisseling van inzichten

SMASH mei 2

Binnen het Fieldlab Smart Maintenance of Ships (SMASH) wordt bij een zestal asset owners gewerkt aan projecten op het gebied van Smart Maintenance. Op periodieke basis komen de betrokken partijen bij elkaar om kennis en ervaring uit te wisselen over de lopende projecten. Op maandag 15 mei vond deze bijeenkomst plaats in de Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht. Bij deze bijeenkomst waren niet alleen de betrokken asset-owners aanwezig maar ook veel betrokken toeleveranciers van deze projecten.

Uitwisseling van ervaring en inzichten binnen Fieldlab SMASH
Fieldlab SMASH helpt bedrijven waaronder asset owners, toeleveranciers en werven om in real time informatie te verzamelen en te analyseren over de staat van hun schip om op die manier onderhoud tijdig uit te kunnen voeren. Door onderhoud precies op het juiste moment uit te voeren kunnen kosten besparingen optreden en kan downtime eveneens tot een minimum gereduceerd worden.

Om scherp te blijven op de laatste inzichten op het gebied van smart maintenance en het hanteren van de juiste focus presenteerde hoogleraar maintenance, Tiedo Tinga van de universiteit Twente een helder verhaal waarin nadrukkelijk stilgestaan werd bij het hanteren van de juiste methodieken voor het verzamelen en analyseren van onderhoud en prestatie data om in de hele logistieke keten van spare parts kostenbesparend te kunnen werken. Kern in zijn verhaal was de vraag: Wat willen we weten, dus wat moeten we meten?

SMASH mei 1

Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat veel data niet altijd kwalitatief beter is en dat te gedetailleerde data weer nietszeggend of lastig te interpreteren kan zijn. Huidige meetsystemen reageren vaak op onregelmatigheden maar bij smart maintenance moeten patronen in de data herkend gaan worden die leiden tot deze onregelmatigheid. Op dit gebied lopen meerdere onderzoeksprojecten maar ook de kennis die vanuit de praktijk wordt opgedaan, zoals binnen SMASH, is van vitaal belang om deze technieken verder door te ontwikkelen.

Uitwisseling van ervaring en inzichten binnen Fieldlab SMASH
Met dit verhaal in het achterhoofd verzorgde Arie Schaap van Damen Shipyards eveneens een presentatie over hun ervaring met smart maintenance en de inzichten die het hen heeft opgeleverd. Damen Shipyards is binnen SMASH niet actief als project, maar als organisatie wel erg actief op het gebied van smart maintenance. De praktische inzichten die door hen gepresenteerd werden, sloten goed aan op de meer theoretische inzichten van Tiedo Tinga.

In kleinere sessies werd in de middag nader ingegaan op de projecten van Damen Shipyards en de Koninklijke Marine. Boskalis leidde een discussie waarin de overweging over het ‘wat te meten’ centraal stond. Het Da Vinci college sloot de dag af met een blik op de toekomst waarin de vraag centraal stond hoe verschillende opleidingsrichtingen zich verhouden tot smart maintenance specifiek en smart technologie in het algemeen en of dit nuances met zich mee moet gaan brengen in het techniek onderwijs.

SMASH mei 3

De bijeenkomst werd gekenmerkt door een goede sfeer waarin het belang van smart maintenance sterk naar voren kwam en de deelnemers aan Fieldlab SMASH elkaars opgedane ervaring en inzichten weer kunnen gebruiken om hun projecten verder te versterken.

Bron: InnovationQuarter

Fieldlab SMASH: Living Lab over big data bij Wagenborg van start

kroonborg

In het kader van Fieldlab SMASH, over 100% voorspelbaar onderhoud in de maritieme sector, gaat de Groningse rederij Wagenborg uit Delfzijl big data toepassen om het onderhoud aan boord van het schip ‘De Kroonborg’ voorspelbaar te maken. Daarmee is Wagenborg de eerste rederij in het offshore segment dat gebruik gaat maken van data afkomstig van sensoren rondom het voortstuwingsinstallatie. De data wordt zowel verzameld van de elektrotechnische componenten alsook van de mechanische componenten, van generatoren tot en met de voorstuwingsinstallatie..

Het project is ingedeeld in drie fasen. De eerste fase is nu gestart en de eerste resultaten van deze fase worden verwacht aan het einde van het eerste kwartaal van 2017.

Voorspelbaar onderhoud is een onderdeel binnen condition based maintenance; de ontwikkeling waarin preventief onderhoud plaatsmaakt voor onderhoud op het meest geschikte moment. Dit heeft als enorm voordeel dat maritieme installaties beter en vaker beschikbaar zijn en dit komt uiteraard ten goede voor de algehele bedrijfsvoering. Het schip ‘De Kroonborg’ werkt in de zuidelijke Noordzee, en assisteert met het onderhoud aan offshore platforms door onderhoudsteams en onderhoudsmaterialen te leveren.

 

 

Fieldlab SMASH krijgt label Smart Industry

Smart Industry

Het onderstaande nieuwsbericht komt van Smart Industry:

In september en oktober hebben vier Fieldlabs de status van aspirant Smart Industry Fieldlab verkregen. Dit zijn Thermoplasten Composites (TPC), Added, SMASH en Smart Base. Daarmee komt het totaal aantal Fieldlabs in de tweede tranche op 14. In 2015 werd van start gegaan met 10 Fieldlabs. Hiermee is een breed en hoogwaardig portfolio van Smart Industry Fieldlabs in ontwikkeling.

Op het moment dat de Fieldlabs hun financiering rond hebben en van start gaan, zullen deze een definitieve status ontvangen.

SMASH
100% voorspelbaar maken van het onderhoud van schepen. Dat is het doel van het Smart Industry Fieldlab SMASH (Smart Maintenance for Ships). Binnen het Fieldlab zal het beste dat Nederland te bieden heeft op het gebied van bouwen, in stand houden en opereren van schepen en kennis op het gebied van ‘condition based maintenance’, big data en internet of things bijeen worden gebracht. SMASH is na CAMINO al de tweede spin-off van het Fieldlab CAMPIONE en de verwachting is dat er nog zeker twee zullen volgen. Daarmee ontstaat een zeer krachtig netwerk van Fieldlabs op het gebied van slim onderhoud.

Bron: Smart Industry

 

 

Een geslaagde kick-off van SMASH Living Lab - Wagenborg

Wagenborg

Op woensdag 28 september vond de succesvolle kick-off plaats van het Living Lab - Wagenborg binnen het Fieldlab SMASH plaats in Delfzijl. Deelnemers uit het gehele land zijn naar Delfzijl gekomen en hebben kennis gemaakt met  Wagenborg en met elkaar. Tijdens het eerste gedeelte van de bijeenkomst zijn ideeën en ervaringen uitgewisseld omtrent Big Data en de mogelijkheden op het gebied van performance verbetering in de scheepsbedrijfsvoeringen en beschikbaarheid van het schip. Voor Wagenborg geldt dat niet alleen de Vloot-droge lading betrokken is in dit Living Lab, maar ook Offshore – Oil&Gas. Het wordt dus een gezamenlijk project met twee Wagenborg divisies.

Henk Akkermans, directeur WCM, heeft de focus van onderwerp nog eens benadrukt met zijn stelling: “Kijk naar wat moet verbeteren in de performance en beschikbaarheid van de maritieme installatie en stel vast welke componenten de grootste impact hebben". Het projectonderwerp van Wagenborg is: “betrouwbaarheid en kosteneffectiviteit te verbeteren van de voortstuwingstrein aan boord van een droogladingschip en een offshore installatie”. Met het projectteam is afgesproken dat zowel Wagenborg alsmede de deelnemers gaan studeren op dit onderwerp en voorstellen indienen waar big Data en analyse met algoritme een substantiële bijdrage gaan leveren op dit vraagstuk.

Projectgroep Concordia
De projectgroep Concordia houdt zich bezig met het onderwerp: "Scheepperformance en het omschakelen van HFO naar MDO in de emissie gebieden waar varen met zwavelhoudende brandstof verboden is". Het omschakelen van het ene type brandstof naar het andere en v.v. op het juiste tijdstip is voor de wetgever van belang maar ook voor scheepsperformance, optimale vaarroute en dus ook onderhoud aan de voortstuwingsinstallatie. Wanneer gebruik gemaakt van alle relevante data, onder andere de vaarsnelheid-weervoorspelling-golfhoogte-voorstuwingsvermogen-exacte locatie-gewenste locatie-etc. etc. dan is het mogelijk om de optimale route te voorspellen waarbij het brandstofverbruik het geringste, en men voldoet aan de emissie wetgeving. De partijen Route 42 en We4Sea werken aan een oplossing voor dit vraagstuk.

SMASH pilotproject
Het pilotproject binnen Fieldlab SMASH waarvan in juni de stand van zaken gepresenteerd is, wordt getrokken door Boskalis, IHC, Wärtsilä en Isatis. Centrale vraag was: kan het verzamelen en analyseren van data een bijdrage leveren aan het voorspelbaar maken van onderhoud aan (bagger)schepen? Het doel van de pilot is door voorspelbaar onderhoud de inzetbaarheid van de assets te vergroten en kostenbesparingen te realiseren. Met de resultaten van de pilot hopen de partners een basis te leggen voor vervolgonderzoek in het Fieldlab SMASH. Sander Steenbrink van Boskalis concludeerde in juni dat het voorspellen van onderhoud met data-analyse inderdaad veel kansen biedt, maar ook dat er nog een lange weg te gaan was.

Exact het juiste moment
Op basis van een grote hoeveelheid procesgegevens van de baggerpomp, is inmiddels aangetoond dat het moment van onderhoudsacties in redelijke mate voorspelbaar was. Aangezien de pilot slechts een eerste poging op dit gebied was, zien de deelnemers dit als een bemoedigend resultaat om voor kritische componenten van de scheepsinstallatie exact het juiste moment van onderhoud te voorspellen. Het onderzoek gaat dan ook een volgende fase in waarin de validatie van de gegevens en de data analyse voor verschillende componenten van de installatie centraal staat, om zo de relatie tussen onderhoud en performance beter te kunnen voorspellen.

 

  
Boschstraat 35 Breda | Zilverstraat 69 Zoetermeer | Ericssonstraat 2 Gilze Rijen | Warandelaan 2 Tilburg | 076 76 31 553