De komst van tientallen nieuwe schepen met complexere systemen en kleinere bemanningen zorgt voor een onderhoudsuitdaging bij de Koninklijke Marine. Tijdens de WCM Summer School 2026 buigen deelnemers zich over de vraag hoe Defensie de nieuwe generatie marineschepen maximaal inzetbaar houdt met minder technische mensen aan boord. “Juist de combinatie van techniek, data en organisatie maakt dit vraagstuk zo interessant”, zegt Tiedo Tinga van de Nederlandse Defensie Academie.
De case voor de WCM Summer School 2026 wordt ingebracht door de afdeling Maritieme Systemen van COMMIT in Utrecht en de onderhoudsorganisatie DMI in Den Helder. Een belangrijk onderdeel van de case is de gewenste overgang van traditioneel periodiek onderhoud naar condition based en predictive maintenance.
Dat onderwerp is niet nieuw, erkent Tinga. “Over voorspellend onderhoud praten we al jaren. Maar nu ontstaat er urgentie. De Marine krijgt veel nieuwe schepen en dat biedt de kans om onderhoudbaarheid vanaf het ontwerp anders in te richten. Tegelijkertijd worden bemanningen kleiner en wordt het steeds moeilijker om voldoende technisch personeel te vinden.”
Nieuwe generatie schepen
De vernieuwing van de vloot is omvangrijk. De komende jaren worden onder meer nieuwe fregatten, onderzeeboten en ondersteuningsschepen gebouwd en in gebruik genomen. Die nieuwe generatie marineschepen bevat veel meer sensoren, software en geïntegreerde systemen dan voorheen. “Schepen worden steeds complexer”, zegt Wieger Tiddens van de Koninklijke Marine. “Vroeger had je veel technische specialisten aan boord die problemen direct konden oplossen. In de toekomst varen schepen met kleinere bemanningen en minder technici. Dan moet je dus slimmer omgaan met onderhoud en zorgen dat er minder onverwachts stukgaat.”
Datagedreven onderhoudsconcepten
Daarom werkt Defensie al enkele jaren aan datagedreven onderhoudsconcepten. Sensoren aan boord van de schepen verzamelen data over de conditie van installaties en systemen. Uiteindelijk moet dat leiden tot betere voorspellingen van storingen en onderhoudsbehoeften. “Maar een sensor alleen doet natuurlijk niets”, zegt Tiddens. “De uitdaging zit in de hele keten: hoe verzamel je relevante data, hoe krijg je die veilig van schip naar wal, hoe analyseer je die data en hoe zorg je ervoor dat de organisatie daar vervolgens ook daadwerkelijk naar gaat handelen?”
Veel meer dan een technisch vraagstuk
Juist dat brede karakter maakt de case interessant voor de WCM Summer School. Volgens de initiatiefnemers gaat het namelijk nadrukkelijk niet alleen over techniek. “Als je overstapt van gepland onderhoud naar condition based maintenance verandert ook de organisatie”, zegt Tinga. “Het ritme van de Onderhoudswerklast verandert, en dus moet je flexibeler kunnen plannen. Daarnaast krijg je vragen over samenwerking met leveranciers, data-eigenaarschap, cybersecurity en vertrouwen in algoritmes.”
Algoritme versus gevoel
Want zelfs als een algoritme nauwkeurig voorspelt wanneer een systeem onderhoud nodig heeft, betekent dat nog niet automatisch dat mensen die voorspelling ook vertrouwen. “Dat menselijke aspect is enorm belangrijk”, vervolgt Tinga. “Een ervaren technicus kan denken: het algoritme zegt dit wel, maar mijn gevoel zegt iets anders. Hoe ga je daarmee om? Dat zijn minstens zulke interessante vraagstukken als de techniek zelf.”
Afwijkende wereld
Daarbij komt dat de Marine opereert in een omgeving die sterk afwijkt van de commerciële wereld. Marineschepen worden in relatief kleine series gebouwd, opereren wereldwijd onder sterk wisselende omstandigheden en bevatten gevoelige systemen en data. Bovendien heeft de Marine geen winstoogmerk maar is het wel essentieel dat systemen tijdens missies niet onverwacht kapot gaan. Standaardoplossingen uit de markt zijn daardoor lang niet altijd toepasbaar. Tinga: “Dat maakt smart maintenance in een maritieme defensieomgeving extra uitdagend.”
Frisse blik van buiten
De Marine ziet de Summer School nadrukkelijk als een kans om nieuwe inzichten op te halen van jonge professionals, promovendi en studenten met uiteenlopende achtergronden. “We hopen juist dat deelnemers niet gehinderd worden door alle aannames en beperkingen die wij in de loop der jaren hebben opgebouwd”, zegt Tiddens. “Wij kijken toch vanuit onze eigen organisatie en ervaring. Dan is het ontzettend waardevol als iemand van buiten zegt: waarom doen jullie het eigenlijk niet op een heel andere manier?”
‘Het gaat erom dat je samen nieuwe richtingen ontdekt’ – Tiedo Tinga, Nederlandse Defensie Academie
Meer samenwerken
Die frisse blik is volgens hem extra belangrijk omdat de onderhoudsorganisatie van Defensie midden in een veranderproces zit. Defensie groeit, de vloot verandert en tegelijkertijd wil de Marine intensiever samenwerken met kennisinstellingen en industriepartners. “Vroeger hield Defensie veel meer zelf in handen”, zegt Tiddens. “Nu kijken we nadrukkelijker naar samenwerking met de markt. Hoe kun je kennis en capaciteit van partners slim benutten? Welke rol kunnen leveranciers spelen in voorspellend onderhoud? Dat zijn vragen waar we serieus mee bezig zijn.”
Leren van elkaar
Tijdens de WCM Summer School volgen deelnemers colleges en workshops van hoogleraren en experts van verschillende Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen. Onderwerpen variëren van predictive maintenance en data-analyse tot logistiek, life cycle costing, reliability engineering en samenwerking in complexe ecosystemen. Daarnaast werken de deelnemers in teams aan de praktijkcase van de Marine. Ook een leiderschapstraining maakt onderdeel uit van het programma. Verder krijgen deelnemers een exclusief kijkje achter de schermen bij de onderhoudsorganisatie van de Koninklijke Marine in Den Helder. “Alleen die rondleiding over de werf is al de moeite waard om deel te nemen”, zegt Tiddens lachend. “Je komt op plekken waar normaal bijna niemand komt.”
Samenwerken en kennisdelen
Maar volgens Tinga zit de echte meerwaarde van deelname vooral in het samenwerken en kennisdelen tussen deelnemers uit verschillende sectoren. “Je merkt bij elke editie van de WCM Summer School weer dat mensen tegen vergelijkbare problemen aanlopen”, zegt hij. “Juist door samen aan een case te werken ontdek je verbanden en oplossingen waar je zelf misschien nooit op was gekomen. Dat maakt de Summer School zo waardevol.”
De case wordt bewust relatief breed ingestoken. De organisatie verwacht dan ook geen volledig uitgewerkte eindoplossingen, maar vooral nieuwe perspectieven en creatieve ideeën. “Als deelnemers met invalshoeken komen waar wij zelf nog niet aan gedacht hebben, dan is de Summer School voor ons al geslaagd”, besluit Tinga. “Het gaat er niet om dat iemand in één week hét antwoord vindt. Het gaat erom dat je samen nieuwe richtingen ontdekt.”
De WCM Summer School 2026 vindt plaats van 24 tot en met 28 augustus in Den Helder. Kijk voor meer informatie en aanmelden op de website van de WCM Summer School.