De vijftiende editie van de WCM Summer School vond van 24 tot en met 28 augustus plaats in Den Helder. Veertig young professionals en studenten bogen zich een week lang over de vraag hoe de Koninklijke Marine de overstap kan maken van periodiek naar condition based en predictive maintenance. Tijdens de afsluitende bijeenkomst presenteerden acht teams hun oplossingen. Dat leverde uiteenlopende voorstellen op rond techniek, data, organisatie, contracting en samenwerking met de industrie.
Summer School-directeur Jan Braaksma opent de slotbijeenkomst op vrijdagmiddag. Hij heet iedereen welkom en blikt terug op vijftien jaar WCM Summer School. In die periode namen in totaal meer dan zeshonderd studenten en young professionals deel. Braaksma constateert dat door de jaren heen ook ‘een mooie ontwikkeling in het niveau van de praktijkcases’ plaatsvond.
De case van dit jaar past in dat beeld. De Koninklijke Marine staat aan de vooravond van een grootschalige vlootvernieuwing. De komende jaren worden tientallen nieuwe, hoogtechnologische schepen in gebruik genomen. Tegelijkertijd worden bemanningen kleiner en neemt de beschikbaarheid van technisch personeel af. Om de nieuwe vloot onder die omstandigheden maximaal inzetbaar te houden, wil de Marine de stap maken van strikt periodiek naar condition based en uiteindelijk predictive maintenance. Dat vraagt om sensoren, betrouwbare data en algoritmes, maar ook om veranderingen in de organisatie, andere competenties en nauwere samenwerking met industrie en kennispartners.
Oorlog van morgen
Kapitein-ter-zee Olaf Binnenhei neemt na Braaksma het woord. Het hoofd Maritieme Instandhouding bij DMI, de Directie Materiële Instandhouding, schetst de omvang van de opgave. DMI telt zo’n 3.200 medewerkers en is verantwoordelijk voor de instandhouding van meer dan honderd grote en kleine vaartuigen en inmiddels ook onbemande systemen. Tegelijkertijd verandert de wereld waarin de Marine opereert snel. Geopolitieke spanningen nemen toe en nieuwe dreigingen en technologieën volgen elkaar in hoog tempo op. “We proberen de oorlog van morgen te voeren met de technologie van gisteren”, vat Binnenhei de uitdaging samen. Vrijwel de gehele vloot wordt daarom de komende jaren vervangen.
Meer dan technologie alleen
Tot de nieuwe schepen er zijn, moet de verouderde vloot echter operationeel blijven, terwijl die intensiever wordt ingezet, tussentijds wordt gemoderniseerd en steeds meer onderhoud vraagt. Daar komen een vergrijzend personeelsbestand en een moeizame instroom van nieuwe technici bij. Volgens Binnenhei maakt die combinatie slimmer, meer data- en conditiegedreven onderhoud noodzakelijk. De nieuwe vloot biedt daarvoor kansen, maar de omslag vraagt meer dan nieuwe technologie alleen: ook processen, organisatie en de manier waarop naar onderhoud wordt gekeken moeten veranderen. Zijn doel vat hij eenvoudig samen: “Keep the ships ready, keep them relevant, and make sure they are available when the Netherlands needs them.”
‘De omslag naar condition based en predictive maintenance vraagt meer dan nieuwe technologie alleen’
Samenwerken zonder baas
WCM-directeur prof. dr. Henk Akkermans plaatst de Marine-case vervolgens in een breder perspectief. Al ruim dertig jaar houdt hij zich als hoogleraar aan Tilburg University bezig met de vraag hoe mensen en organisaties succesvol kunnen samenwerken wanneer niemand daadwerkelijk de baas is. Harde factoren als data, technologie en contracten zijn volgens hem minstens zo belangrijk als vertrouwen en informele samenwerking. Precies die uitdaging ziet hij terug bij de Marine, die voor haar onderhoudstransitie afhankelijk is van OEM’s, kennisinstellingen en andere partners. Zijn boodschap aan de deelnemers is dan ook om niet alleen met slimme technische oplossingen te komen, maar vooral ook na te denken over de vraag hoe je al die partijen daadwerkelijk laat samenwerken en kennis en data laat delen.
Even weer student
Voor de deelnemers betekent de Summer School ondertussen een intensieve week van colleges, workshops, een bezoek aan de werf en samenwerken aan de case. Martijn van Dijk van Rijkswaterstaat spreekt van een ‘inspirerende en intensieve week’. “Het heeft me wel in de spiegel laten kijken. Wij zijn geneigd veel naar data te kijken, maar het is goed om meer invalshoeken te betrekken.” Christian Wilbers, maintenance engineer bij Thales en nog maar kort werkzaam in de maintenance-sector, ziet de week vooral als een kans om het vakgebied beter te leren kennen. Vooral het onderdeel Risk Management spreekt hem aan. Sharo Al Talabani, maintenance engineer bij SPIE Nederland, koos mede vanwege eerdere positieve ervaringen van collega’s voor deelname. “We deden veel vette dingen afgelopen week, waaronder een bezoek aan de DMI-werf. De lezingen waren interessant; ik voelde me weer student.”
Acht richtingen
Dan is het tijd voor de acht teams om te laten zien wat een week colleges, workshops, discussies en gezamenlijk werken heeft opgeleverd. De oplossingen lopen sterk uiteen. Team Ship Happens stelt voor digital twins in te zetten om de actuele conditie van systemen te volgen en van daaruit predictive maintenance verder op te bouwen. De jury wijst daarbij op de complexe samenwerking tussen Marine en OEM’s: wie ontwikkelt en beheert zo’n digital twin en welke informatie kunnen partijen delen? The Rust Busters zoeken de oplossing in performance-based logistics, met beschikbaarheid als gezamenlijke hoofd-KPI en onder meer onderhoudsrespons, benodigde manuren en ongeplande havenreturns als graadmeters. DMI houdt daarbij de regie over het onderhoud.
1 Sustainment pleit voor een aanvankelijk grotere rol van OEM’s in het onderhoud, gekoppeld aan langlopende performance-based contracts. Door kennisoverdracht en training moet de Marine vervolgens steeds zelfstandiger worden. De jury plaatst daarbij een praktische kanttekening: zijn medewerkers van OEM’s ook beschikbaar wanneer een marineschip in een risicogebied opereert? Contracting 4 Better Maintenance wil leveranciers niet alleen afrekenen op beschikbaarheid, maar ook belonen voor het structureel terugbrengen van de totale onderhoudsbehoefte. Zo ontstaat voor leveranciers een prikkel om zelf te investeren in CBM, predictive maintenance en betere diagnostics.
Invalshoeken
Ook de andere vier teams kiezen ieder een eigen invalshoek. Coffee before Maintenance gebruikt Kotters veranderingsmodel en stelt onder meer externe opleidingen, bedrijfsbezoeken, interne succesvoorbeelden en bottom-up kennisopbouw voor om medewerkers mee te krijgen in de onderhoudstransitie. SAIL Team 6 richt zich op de kloof tussen monteurs en data-analisten en ontwerpt een vijfdaags onderwijsprogramma waarin technici leren hoe onderhoudsdata worden verzameld en verwerkt en waarom hun eigen waarnemingen en registraties belangrijk zijn.
De Zeven Provinciën wil doorlooptijden verkorten door onderhoud op drie niveaus anders in te richten: eenvoudig vervangbare units en breder inzetbaar personeel aan boord, CBM om onnodige inspecties en vervangingen te voorkomen en langdurige samenwerking met OEM’s voor groot onderhoud. In de discussie komt zelfs de vraag op tafel of onderhoud aan boord uiteindelijk beperkt zou kunnen blijven tot correctief onderhoud. The Necessary Detour stelt ten slotte langlopende raamovereenkomsten met leveranciers voor. Daarmee kan sneller worden gereageerd op onderhoudsbehoeften die uit condition monitoring naar voren komen en ontstaat ruimte om samen met leveranciers onderhoudsconcepten verder te ontwikkelen.
Twee winnaars
Wieger Tiddens, een van de case owners van de Marine, is in de aansluitende pauze al tevreden over wat hij heeft gehoord. “Het is een complexe case en de Marine doet al veel, dus het is moeilijk om met goede ideeën te komen. Toch heb ik die wel gehoord, dus dat is goed.” Na de pauze blijkt dat publiek en jury ieder een andere favoriet hebben. De publieksprijs gaat naar Coffee before Maintenance, met zijn nadruk op de menselijke en organisatorische kant van de verandering. De jury kiest Contracting 4 Better Maintenance als winnaar. Binnenhei benadrukt dat alle teams waardevolle ideeën hebben aangedragen en zegt onder de indruk te zijn van het kennisniveau van de deelnemers. Het winnende team onderscheidt zich volgens hem met het meest gedetailleerde voorstel, dat bovendien goed aansluit bij zijn visie op ‘een ecosysteem waarin Marine en industrie innig samenwerken’.
Bouwstenen voor de toekomst
Tiedo Tinga, net als Tiddens case owner, kijkt na afloop tevreden terug op een intensieve week waarin deelnemers met zeer verschillende achtergronden snel naar elkaar toegroeiden. De volledig ‘out of the box’-oplossing waar binnen Defensie nog niemand aan had gedacht, zat er uiteindelijk niet tussen. “Maar alle groepen hebben vanuit hun eigen achtergrond wel elementen toegevoegd aan ideeën en ontwikkelingen waar we al mee bezig zijn.” Volgens Tinga zit juist daarin de waarde van de Summer School: deelnemers ontdekken dat organisaties vaak met vergelijkbare maintenance-vraagstukken worstelen en leren hoe anderen daarmee omgaan.
De voorstellen worden niet vanaf maandag één op één geïmplementeerd, maar kunnen volgens Tinga wel als bouwstenen dienen voor de verdere ontwikkeling van het onderhoud bij de Marine en het ecosysteem waarin Marine, industrie en kennisinstellingen steeds intensiever moeten samenwerken. Precies daarin ziet ook Summer School-directeur Braaksma de opbrengst van de week: “De pitches leverden veel interessante aanknopingspunten op voor de Marine en daarmee een mooie stip op de horizon.”
Foto’s: Jenne Hoekstra – Cum Laude Fotografie.














